Fokregelement

1. ALGEMEEN
1.1. Dit reglement voor de Miniature Bull Terrier Vriendenkring, hierna te noemen de vereniging beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van het ras Miniatuur Bull Terrier zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de vereniging. Dit Verenigingsfokreglement (VFR) is goedgekeurd door de algemene ledenvergadering van de vereniging op 21-04-2013. Inhoudelijke aanpassingen van het VFR kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de algemene ledenvergadering van de vereniging.
1.2. Dit Verenigingsfokreglement (VFR) geldt voor alle leden van de vereniging voor de Miniatuur Bull Terriër Vriendenkring.
1.3. Het bestuur van de vereniging verplicht zich, de door de Algemene Vergadering van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vastgestelde wijzigingen van het Kynologisch Reglement (KR), die betrekking hebben op dit Verenigingsfokreglement, terstond hierin door te voeren. In tegenstelling tot het gestelde in artikel 1.1 behoeven deze wijzigingen niet de goedkeuring van de algemene ledenvergadering van de vereniging. Dit ontslaat de individuele fokker niet van de plicht, zelf op de hoogte te zijn en te blijven van recente wijzigingen in het KR, ook als het bestuur van de vereniging hier in gebreke blijft.
1.4. Voor wat betreft de omschrijving van de in dit VFR genoemde definities gelden de omschrijvingen zoals vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement en het Kynologisch Reglement van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
1.5. Voor wat betreft de externe regelgeving gelden de regels zoals vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement en het Kynologisch Reglement van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
1.6. Inschrijving van een nest in de Nederlandse stamboekhouding (NHSB) door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vindt plaats conform de regels zoals vastgelegd in het Kynologisch Reglement.

2. FOKREGELS
Artikel VIII.2 KR in samenhang met regels van de vereniging.
2.1. Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar zoon of haar kleinzoon. 
Pups, voortgekomen uit één van de genoemde combinaties, zullen niet in het NHSB worden ingeschreven (Artikel VIII.2 KR en Artikel III.14 lid 1l KR)
2.2. Herhaalcombinaties:
Dezelfde oudercombinatie is niet toegestaan. 
2.3. Minimum leeftijd reu:
De minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste 18 maanden zijn.
2.4. Aantal dekkingen:
De reu mag maximaal 5 geslaagde dekkingen per kalenderjaar verrichten. Als geslaagde dekking geldt een dekking waaruit minimaal 1 levende pup is voortgekomen en is ingeschreven in het NHSB. 
NB 1: In bijzondere omstandigheden zal een nest niet worden ingeschreven in het NHSB (artikel III.14 KR). Ook dan wordt uitgegaan van een geslaagde dekking.
NB 2: indien sperma wordt gebruikt van de reu voor kunstmatige inseminatie (KI), telt dit mee als een ‘dekking’.
2.5. Cryptorchide en monorchide:
Cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.
2.6. Gebruik buitenlandse dekreuen: Wanneer een lid van de vereniging voor een dekking een niet in Nederlands eigendom zijnde reu, welke wel staat ingeschreven in een door de FCI erkende stamboekhouding, wil gebruiken dan dient deze altijd te voldoen aan de gezondheidseisen zoals deze door de vereniging gesteld worden onder punt 4 gesteld worden. 
2.7. Kunstmatige inseminatie (sperma van levende en/of overleden dekreuen): als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een nog in leven zijnde/of overleden dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit Verenigingsfokreglement alsof het een natuurlijke dekking van de dekreu betreft.
2.7.1 De controle of de dekreu aan de eisen van dit fokregelement voldoet is de verantwoordelijkheid van de fokker. 

3. WELZIJNSREGELS (Artikel VIII.1 KR)
3.1. Een teef mag niet worden gedekt vóór de dag waarop zij de leeftijd van 18 maanden heeft bereikt.
3.2. Een teef, waaruit niet eerder pups zijn geboren, mag niet worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 72 maanden heeft bereikt.
3.3. Een teef, waaruit eerder pups zijn geboren, mag niet meer worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 96 maanden heeft bereikt.
3.4. Een teef mag niet meer worden gedekt na de dag waarop haar derde nest is geboren. Met een nest wordt bedoeld: uit 1 dracht, 1 of meer volgroeide of onvolgroeide pups, al dan niet op natuurlijke wijze levend of dood geboren zijn).
3.6. Tussen de geboorte een vorig nest en een nieuw nest moet minimaal 12 maanden zitten.
3.7. Indien een teef voor de tweede keer een nest heeft gekregen middels een keizersnede dan is deze teef verder uitgesloten voor de fokkerij.

4. GEZONDHEIDSREGELS
4.1. Gezondheidsonderzoek (screening) ouderdieren: preventieve screening van ouderdieren moet, als het gaat om: HD onderzoek, ED onderzoek, oogonderzoek, en doofheidonderzoek, plaatsvinden door deskundigen die erkend zijn door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opgestelde en/of
goedgekeurde onderzoeksprotocollen.
4.2. Verplicht screeningsonderzoek. Op basis van onderzoek is het volgende gezondheidsprobleem binnen het ras vastgesteld en moeten beide ouderdieren na 18 maanden, maar vóór de dekking middels een test worden onderzocht op:
4.2.1. Hartafwijkingen: (Mitraaldysplasie= het niet goed sluiten van de mitralisklep + Subvalvulaire aortastenose= vernauwing van de aorta) middels een "kleuren Doppler”- echo. Deze test dient plaats te vinden door specialisten cardiologie.
De ernst van de aandoening wordt verdeeld in 3 gradaties:
- Gradatie 1 is een milde vorm van mitraaldysplasie, subvalvulaire aortastenose.
- Gradatie 2 is een gematigde vorm van mitraaldysplasie, subvalvulaire aortastenose.
- Gradatie 3 is een ernstige vorm van mitraaldysplasie, subvalvulaire aortastenose.
Een ouderdier dat na onderzoek gradatie 3 als uitslag krijgt, wordt uitgesloten als fokdier.
De fokker stuurt een kopie van het testrapport van beide ouderdieren naar het secretariaat van de Miniatuur Bull Terriër Vriendenkring.
4.2.2. Nierafwijkingen: Vóór iedere dekking dient de nierfunctie van de ouderdieren onderzocht te worden, via een "Urine/Protëine/Creatine”- ratiotest of via bloedonderzoek. De uitslag (hoeveelheid eiwit in de urine) moet kleiner zijn dan 0,3. Bij een waarde van 0,3 en hoger wordt het ouderdier tijdelijk uitgesloten voor de fok. Na minimaal 2 maanden mag er een nieuwe test gedaan worden.
4.2.3. Oogonderzoek: Primary Lens Luxation (PLL).
De uitslag kan zijn: "vrij”, "drager”, of "lijder” en dient ten tijde van de dekking bekend te zijn. Deze test dient plaats te vinden bij één van de door de vereniging erkende Laboratoria.
De fokker stuurt een kopie van het testrapport van beide ouderdieren naar het secretariaat van de Miniatuur Bull Terriër Vriendenkring.
Voor het fokken van Miniatuur Bullterriërs gelden de navolgende regels:
-  Met inachtneming van de "fokregels” (punt 2) is tussen honden aan wie de beoordeling "vrij” is toegekend, elke willekeurige combinatie toegestaan.
- "Dragers” mogen uitsluitend worden ingezet in combinatie met "vrije” honden. Oudercombinaties van "dragers” onderling zijn niet toegestaan.
 - "Lijders”zijn uitgesloten van de fokkerij.
4.3 Dekkingen: 
4.3.1. Als de eigenaar een reu ter beschikking stelt voor een dekking, dient deze zich er altijd van te vergewissen dat ook de teef is onderzocht en de combinatie van de beide ouderdieren voldoet aan het Verenigingsfokreglement.
4.3.2. Dit geldt ook en vooral als de houder c.q. eigenaar van de teef geen lid is van de Miniatuur Bull Terriër Vriendenkring.
 4.3.3 De fokker stuurt ruimschoots voor de dekking een kopie van de dekkaart en de testgegevens van de gebruikte fokdieren op naar het secretariaat van de Miniatuur Bull Terriër Vriendenkring.
4.4. Diskwalificerende fouten:
Er zijn geen specifieke diskwalificerende fouten anders dan de onder punt 4.2 genoemde aandoeningen.

5. GEDRAGSREGELS
5.1. Karaktereisen: beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven.
5.2. Verplichte Gedragstest:Voor dit ras is een verplichte gedragstest niet
van toepassing

6. WERKGESCHIKTHEID
6.1. Voor dit ras is een verplichte werkgeschiktheidtest niet van toepassing

7. EXTERIEURREGELS
7.1. Kwalificatie:
Beide ouderdieren moeten minimaal één keer hebben deelgenomen aan een door de Raad van Beheer en/ of FCI gereglementeerde expositie en daar minimaal de kwalificatie "Zeer Goed” (ZG) hebben behaald op elke expositie.
7.1.1 Indien honden hieraan niet kunnen voldoen door een (niet- erfelijke) beschadiging, bijvoorbeeld als gevolg van bijtwonden of ongevallen, kan het bestuur dispensatie verlenen.
7.2. Fokgeschiktheidskeuringen zijn niet van toepassing.

8. REGELS AFGIFTE PUPS, WELZIJN PUPS
8.1 Ontwormen en enten:
De fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend "Paspoort voor Gezelschapsdieren”.
De pups dienen bij aflevering adequaat ontwormd te zijn en zij dienen voorzien te zijn van een unieke "ID- transponder”.
8.2 Aflevering pups:
De pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van 7 weken. Tussen de eerste enting en de overdracht aan de nieuwe eigenaar moeten minimaal 7 dagen zitten.
8.3 Gezondheid:
De fokker geeft, al dan niet gevraagd, aan belangstellenden dan wel mogelijke kopers van pups alle informatie inzake Primaire Lens Luxation (PLL), Subvalvulaire aortastenose, mitraaldysplasie en niersufficiëntie.
De fokker verstrekt de koper het origineel ontvangen testrapport c.q. certificaat van de DNA- test van de pup.
De fokker laat alle pups testen via DNA- onderzoek op PLL, voordat de pups verhuizen naar de nieuwe eigenaar.
 
9. SLOT EN OVERGANGSBEPALINGEN
9.1 Dit reglement is niet van toepassing op nesten die geboren worden uit een teef, gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.
 

Aldus vastgesteld door de algemene ledenvergadering van de Miniatuur Bull Terrier Vriendenkring  op 21 april 2013.