Gezondheid

Larynx Paralyse (stembandverlamming)

K.M. Santifort, dierenarts

Larynx = strottenhoofd (waarin de stembanden zich bevinden)
Paralyse = verlies van beweging (verlamming)

Inleiding
De larynx (strottenhoofd) is een kraakbenige structuur bovenaan de trachea (luchtpijp) waarin zich tevens de stembanden bevinden. Deze structuur heeft onder andere als functie om de luchtpijpopening die in verbinding staat met de keelholte bewegelijk doch sterk te houden en af te sluiten bij bijvoorbeeld drinken en eten. De stembanden vervullen hun eigen functies; deze sluiten tevens de opening naar de luchtpijp af (bij bijvoorbeeld slikken, maar ook hoesten) en maken het mogelijk geluid te produceren. De stembanden bevinden zich beiderzijds in het strottenhoofd, verbonden aan het kraakbeen, en vormen een spleet waardoor de lucht stroomt van de longen via de luchtpijp naar de keel- en mondholte (en andersom). Spieren in en rondom de stembanden zorgen voor juiste spanning en reguleren de breedte van de stemspleet. Deze spieren worden van stimulatie voorzien via zenuwen. Een belangrijke zenuw die deze spieren innerveert (zoals dat heet) is de nervus laryngeus recurrens, ofwel ‘terugkerende strottenhoofdzenuw’. Deze zenuw vindt zijn oorsprong in de kop en loopt via de nek en borstkas en weer terug via de nek naar het strottenhoofd. Het is dus een erg lange zenuw.

De stemspleet hoort te openen bij inademing en indien gewenst in bepaalde standen te worden gebracht bij uitademing die zorgen voor het genereren van geluid (zoals blaffen). De voorgenoemde zenuw stuurt dit aan.

Bij larynxparalyse zijn de spieren die de stembanden op de juiste manier doen bewegen verlamd. De stembanden worden niet meer actief aan de kant gebracht bij ademen. Dit kan men zich voorstellen als gordijnen die boven en onder vastzitten, maar verder los aan de zijde van een deuropening hangen. Dit geheel komt door verminderd/niet functioneren van de zenuwen. Dit kan eenzijdig zijn of beiderzijds. Larynxparalyse is dus in beginsel een neurologische aandoening.

Larynxparalyse komt voornamelijk voor bij middelgrote – grote hondenrassen, zoals de labrador retriever. Oorzaken van deze larynxparalyse kunnen divers zijn. Zo kan elke ontsteking of eventueel tumor die de ‘terugkerende strottenhoofdzenuw’ beschadigd voor verlamming van de stembanden zorgen en wordt het soms waargenomen bij een niet goed functionerende schildklier. Daarnaast komen bepaalde erfelijke zenuwaandoeningen bij de Leonberger voor die niet alleen deze zenuw, maar ook andere zenuwen (naar bijvoorbeeld de poten) aantasten. Dit noemen we dan  polyneuropathie (aandoening van meerdere zenuwen) en komt als erfelijke aandoening bij bijvoorbeeld de Leonberger voor (soms Leonberger polyneuropathie genoemd, LPN). Dit kan zich al op jonge leeftijd uiten. Bij polyneuropathie worden vaak lange zenuwen (zoals die van het strottenhoofd) het eerst aangedaan. Ook bij oudere honden kan dit voorkomen.

Het komt dikwijls voor dat er geen duidelijke oorzaak gevonden kan worden voor de larynxparalyse.

Verschijnselen
De verschijnselen die men kan aantreffen bij larynxparalyse zijn een gevolg van het niet goed kunnen sluiten / op spanning brengen / openen van de stemspleet:
  • Benauwdheid en bijgeluiden bij ademen (met name inademen)
  • Verslikken (met eventuele gevolgen daarvan, zoals longontsteking)
  • ‘Hoesten’ / keelschrapen
  • Verminderd uithoudingsvermogen (soms zelfs flauwvallen)
  • Veranderd blafgeluid
    Zie ook deze youtube-video voor het geluid van larynxparalyse bij een Leonberger met polyneuropathie: https://www.youtube.com/watch?v=U5cpXcE73Ag
De verschijnselen zijn vaak het ergst bij hoge temperaturen, stress en inspanning.

De dierenarts stelt de diagnose aan de hand van een vraaggesprek, lichamelijk onderzoek, eventueel aanvullend onderzoek (zoals foto’s en bloedonderzoek om achterliggende problemen te vinden) en uiteindelijk inspectie van de stemspleet (onder sedatie/narcose).

Behandeling
Als er een oorzaak gevonden kan worden voor de larynxparalyse dient deze behandeld te worden voor zover mogelijk. Als er geen oorzaak wordt gevonden of als de onderliggende oorzaak niet behandelbaar is en de larynxparalyse blijvend is, wordt specifiek behandeling ingesteld voor de larynxparalyse. Afhankelijk van de ernst van het probleem (met name benauwdheid) kan gekozen worden voor ondersteunend handelen (medicatie en levensstijlaanpassingen) of chirurgie. Met chirurgie wordt de stemspleet kunstmatig ‘open’ gezet (eenzijdig vaak), zodat de stembanden tijdens het ademen niet meer als gordijnen in de wind hangen en de luchtstroom belemmeren. Dit houdt wel in dat die vastgezette stemband zijn functie niet meer kan uitvoeren. Onder andere zorgt dit voor een grotere kans op verslikken. Met eenzijdig vastzetten valt dit gelukkig doorgaans mee. Tot wel 95% van de eigenaren is zeer tevreden met het resultaat na zo’n operatie. De dieren zijn doorgaans direct stukken minder benauwd / niet meer benauwd. Om te voorkomen dat de aandoening zich binnen diverse rassen verspreidt, dienen fokkers binnen hun fokprogramma maatregelen te nemen. Zeker wanneer een erfelijke basis bewezen is (zoals bij zenuwaandoeningen op jonge leeftijd), maar ook indien de frequentie van voorkomen binnen een lijn / familie een erfelijke basis doet vermoeden.

Bronnen:
Shelton GD, Podell M, Poncelet L, et al: Inherited polyneuropathy in Leonberger dogs: a mixed or intermediate form of Charcot-Marie-Tooth disease, Muscle Nerve 27:471–477, 2003.

Shelton GD, Podell M, Sullivan S, et al: Distal, symmetrical polyneuropathy with laryngeal paralysis in young, related Leonberger dogs, J Vet Intern.Med 14(3):339, 2000.

Lorenz MD. Handbook of Veterinary Neurology, 5th Edition. Saunders ISBN: 978-1-4377-0651-2
 
Primaire Lens Luxatie:
In het oog wordt de lens door ophangbanden (fibrae zonulares) op zijn plaats gehouden. Deze ophangbanden kunnen verkeerd zijn aangelegd, scheuren of langzaam afsterven. Het gevolg hiervan is dat de lens loslaat. De lens kan gedeeltelijk loslaten (subluxatie) of zijn geheel loslaten (luxatie). In het geval van een lensluxatie kan de lens op zijn plaats blijven staan of naar voren of naar achteren kantelen. 
Een gekantelde lens kan vervolgens de afvoer van vocht uit het oog blokkeren. Wanneer kamerwatervocht uit het oog niet kan worden afgevoerd, zal dit vocht zich gaan ophopen in het oog en ontstaat glaucoom.
PLL is testen dmv een DNA test. PLL vrije honden dragen het gen niet met zich mee. 
PLL dragers dragen het gen met zich mee. PLL lijders ontwikkelen PLL.

Hoe wordt PLL doorgegeven?
Vrij X Vrij =  Alle nakomelingen vrij.
Drager X Vrij = 50% kans op vrije nakomelingen , 50% kans op dragers.
Lijder X Vrij = Alle nakomelingen zullen drager zijn.
Lijder X Drager = 50% kans op dragers, 50% kans op lijders.
Drager X Drager = 25% kans op lijders, 50% kans op dragers, 25% kans op vrije nakomelingen.

Binnen de MBTV zijn alleen de combinaties vrij x vrij & vrij x drager toegestaan.

Hartafwijkingen:
Bij vele hondenrassen komen erfelijke hartafwijkingen voor. Zo ook bij de MBT. Sommige erfelijke afwijkingen zijn bij de geboorte al aantoonbaar. Andere ontwikkelen zich in de loop van het leven. De meest voorkomende hartafwijkingen bij de MBT zijn lekkende hartkleppen en aortastenose. Deze twee aandoeningen kunnen voorkomen in geringe tot zeer ernstige mate.

Hoe werkt het hart ook al weer?

Het hart bestaat uit een linker kamer (ventrikel), een rechter kamer, een linker boezem (atrium) en een rechter boezem.Tussen de kamers en de boezems zitten kleppen. Links de mitraliskleppen en rechts de tricuspidaliskleppen. In de linker boezem komt zuurstofrijk bloed binnen vanuit de longen. Dit bloed wordt door de linker kamer via de aorta naar het hele lichaam gepompt om zuurstof rond te brengen. In de rechter boezem komt zuurstofarm bloed binnen vanuit het hele lichaam. Dit bloed wordt door de rechter kamer via de longslagader naar de longen gepompt om zuurstof op te halen.

Deze aandoening heeft vaak een erfelijke basis maar ontstaat in de loop van het leven. Het lek wordt veroorzaakt door verdikking en vervorming van klepdelen en ophangbanden van de klep. Hierdoor lekt er bloed van de linker kamer terug naar de linker boezem tijdens de samentrekking van het hart. In minder erge mate kan het hart het lek goed compenseren. Als het lek groter wordt kunnen er symptomen van linker hartfalen ontstaan: moeilijk ademen, hoesten, flauwtes, inspanningsintolerantie. Uit een studie gedaan onder de Australische Bull Terriërs blijkt dat ongeveer 39% van de Bull Terriërs deze aandoening heeft.

Opsporingsmethoden:
luisteren met een stethoscoop: door het lekken van het bloed naar de boezem ontstaat er een hartbijgeruis
Rontgenfoto’s: er ontstaat een hartvergroting door het compenseren van het hart. In een erger stadium kan er met een foto, vocht op de longen worden opgespoord.
Echografie: vergroting van de linker harthelft, de verdikte klep, de lekkage van de klep kunnen hiermee worden opgespoord.

Omdat deze aandoening in de loop van het leven pas ontstaat, is het niet zo dat als een hond de aandoening niet heeft, dat de hond het ook niet zal krijgen:

Nieren:
Nierziekte staat bekend als de sluipmoordenaar omdat er vaak geen symptomen aanwezig die wijzen op deze ziekte en als ze er al zijn dan kan men ze vaak verwarren met andere dingen.

Enige symptomen zijn:
  • toegenomen water drinken
  • toegenomen plassen
  • stinkende adem (in de eindfase)
  • plotseling afvallen (in de eindfase)
  • zweren in de bek (in de eindfase)
  • bibberen (in de eindfase)
  • slaperig (in de eindfase)
  • overgeven (in de eindfase)
Er is een relatief goedkope test beschikbaar die het disfunctioneren van de nieren opspoort. De naam van deze test heet Urine Proteïne/Creatine ratio (UPC) verhouding test. Deze test geeft de verhouding in de urine aan en als deze te hoog is kan dit een aanwijzing zijn van nierproblemen en is er een verder onderzoek noodzakelijk. Sommige fokkers testen hun honden op nierziekten middels een controle van het bloed. Met een bloedtest kun je echter niet aantonen dat je hond niet lijdt aan nierziekte. Het is bekend en bewezen dat er geen aanwijzingen te vinden zijn in het bloed als de ziekte zich in het beginstadium bevind. De nierziekte wordt in het bloed pas zichtbaar als het grootste gedeelte van de nieren niet meer functioneert. Nogmaals, een bloedtest toont niet aan dat de hond een nierziekte heeft.

De UPC verhouding voor MBT moet onder de 0,3 zijn. Dit is duidelijk rasspecifiek en uw dierenarts zal hier notie van moeten nemen omdat voor het grootste gedeelte van de rassen een resultaat onder de 1,0 acceptabel is en een normaal functioneren van de nieren aan geeft. Nogmaals voor MBT moet dit onder de 0,3 zijn.